Onderwijs

Het recht op onderwijs, zonder discriminatie en op basis van gelijke kansen, en het recht op levenslang leren zijn voor dove leerlingen, studenten en cursisten theoretisch gezien een feit geworden. Vandaag de dag kunnen dove leerlingen en dove studenten voor 100% van hun lestijd tolkuren aanvragen, al bestaan er nog wat onzekerheden rond het verkrijgen van een tolk Vlaamse Gebarentaal. Doof Vlaanderen ziet echter dat er op dit moment in Vlaanderen nog geen gelijke onderwijskansen zijn voor dove kinderen en horende kinderen van dove ouders. Er is geen enkele onderwijsvorm die voldoet aan hun rechten en noden. Momenteel zijn er twee mogelijke onderwijsvormen voor dove leerlingen in het kleuter-, lager en secundair onderwijs, namelijk het reguliere onderwijs en het buitengewoon onderwijs.

  1. Problematiek in het buitengewoon onderwijs

    In de meeste basisscholen van het buitengewoon onderwijs is de integratie van dove kinderen in het reguliere onderwijs de hoofddoelstelling. De visie, het taalbeleid en de aanpak verschillen van school tot school. De Vlaamse Gebarentaal is niet altijd de voer- en instructietaal en heeft op de meeste scholen doorgaans geen gelijkwaardige status met het Nederlands. Het onderwijzend en leidinggevend personeel is doorgaans horend en Nederlandstalig. Het merendeel kent geen of maar matig Vlaamse Gebarentaal. Er is slechts een beperkt aantal dove Vlaamse Gebarentalige onderwijsmedewerkers actief op deze scholen. Het voordeel van deze onderwijsvorm is dat dove leerlingen in contact komen met dove leeftijdsgenoten.

    Ook is er zo, vergeleken met het reguliere onderwijs, meer kans dat dove leerlingen in contact komen met Vlaamse Gebarentaal en dove volwassenen. Horende kinderen van dove ouders, die Vlaamse Gebarentaal als moedertaal hebben, hebben geen toegang tot dit onderwijs.
    Nog een belangrijke hindernis is dat er geen diplomamogelijkheden zijn in het buitengewoon onderwijs en bijgevolg minder arbeidskansen.
     

  2. Problematiek in het reguliere onderwijs

    In het reguliere onderwijs kunnen dove leerlingen beroep doen op redelijke aanpassingen, bijvoorbeeld door het inzetten van een tolk Vlaamse Gebarentaal tijdens de lessen. Hier zijn echter een aantal knelpunten aan gekoppeld.

    Kinderen die naar het kleuter- en lager onderwijs gaan, ontwikkelen nog volop taal. Het is niet de taak van een tolk Vlaamse Gebarentaal om bij te dragen aan de taalontwikkeling van dove kinderen of om de taalontwikkeling op te volgen.
    Bovendien moeten dove kinderen de Vlaamse Gebarentaal eerst machtig zijn vooraleer ze gebruik kunnen maken van een tolk VGT. Van alle dove kinderen heeft 90 tot 95% horende ouders, maar het aanbod Vlaamse Gebarentaal in de voorschoolse periode is onvoldoende om dove kinderen optimale kansen te geven om de Vlaamse Gebarentaal taal te verwerven. Dove kinderen krijgen vaak de Vlaamse Gebarentaal niet van in het prille begin van hun leven aangeboden. Dit “vertaald” onderwijs biedt gebrekkige kansen voor de taalontwikkeling en aldus de cognitieve ontwikkeling van dove kinderen. Rechtstreekse communicatie met leerkrachten en medeleerlingen ontbreekt hier. Dit is dus geen ideale onderwijssituatie voor dove kinderen.

     

  3. Bilinguaal-bicultureel onderwijs

    Om alle onderwijsrechten van dove kinderen te garanderen is er nood aan een onderwijsvorm die ingericht is volgens de cultureel-linguïstische benadering rond doof-zijn.
    Een onderwijsvorm die aandacht schenkt aan het gemeenschapsgevoel van dove mensen, hun taal en hun cultuur. Bilinguaal-bicultureel onderwijs biedt dove kinderen alle kansen om kennis te maken met beide werelden, beide talen te verwerven, kennis te vergaren over beide culturen. Zowel de Vlaamse, Nederlandstalige horende meerderheidscultuur en de Vlaamse Gebarentalige Dovengemeenschap komen in deze onderwijsvorm evenwaardig aan bod. Ook voor broers en zussen van dove kinderen en voor horende kinderen van dove ouders is tweetalig onderwijs in Nederlands en Vlaamse Gebarentaal belangrijk en zinvol. Het meest passende, wenselijke en haalbare tweetalige onderwijs krijgt vorm in tweetalige klassen in een bestaande of startende school binnen het reguliere onderwijscircuit.